Mijn verhaal

Mijn eigen leiderschap in contact

‘Leiderschap in Contact’ is de titel van het boek dat ik jaren geleden schreef. Een boek dat gaat over hoe ‘contact’ organisaties kan maken of breken. Nadien kwam ik erachter dat dit mijn eigen levensthema is. Een bijzondere ontdekking was dat, want zo had ik dat niet eerder gezien. 

Ik herinner me dat ik vier jaar oud was en zomaar de straat overrende, tegen een fiets aan klapte en een been brak. Voordat Johan Cruijf ooit die ene zin heeft gezegd had ik al bedacht dat elk nadeel zijn voordeel heeft. Ik kreeg een bed bij ons in de woonkamer en herinner me dat er visite was met ooms en tantes en dat ik alle aandacht kreeg. Ik hoefde er helemaal niets voor te doen. Ooms die grapjes maakten. Toen dat gips er weer af moest heb ik moord en brand geschreeuwd. Ik wilde het gips om mijn poot houden, want daardoor kreeg ik aandacht……

Ik realiseer me als het gaat om het aspect van leiderschap dat ik op de een of andere manier er altijd in geslaagd ben om het zo te organiseren dat ik altijd de aandacht kreeg die ik thuis miste.. Ik had bijvoorbeeld hele goede rapporten, want ik was een goede leerling. Mijn ouders zeiden daar nooit iets over, want “daar werd je maar eigenwijs van”. Dus wat deed ik? Ik ging het gewoon halen. Ik ging naar de kruidenier aan de overkant om mijn rapport te laten zien en kreeg dan een gulden. Ik had een vriendje die niet zo goed kon leren, dus ik ging naar zijn moeder om mijn rapport te tonen en dan zei ze; “Jongen wat kun jij toch goed leren”. Ik haalde gewoon de schouderklopjes op…….

Ik voelde wat echte aandacht is

Ik was begin dertig toen ik kanker kreeg. Ik had een plekje in mijn nek. Het was niet schuldig zeiden ze, maar dat plekje ging maar niet weg. De chirurg zei; “We hoeven geen onderzoeken te doen, want het ziet er in principe onschuldig uit, maar we gaan het wel weghalen”. Daarna kwam de mededeling: “Meneer Oosterhof ik heb geen goed nieuws voor u, het is kwaadaardig”. Nou… door de grond zakken is toen een heel voelbaar begrip voor mij geworden. Hij zei ook; “Maar het is de schildklier en het ziet er niet slecht uit”. Maar dat laatste hoorde ik niet meer. Ik kon dus doodgaan, op korte termijn. Daarna gebeurden er ontzettend interessante dingen. Er kwam een sociaal verpleegkundige die mij vanuit zijn professionaliteit ongevraagde adviezen gaf. Ik kon hem wel een schop onder zijn kont geven. Sodemieter toch op met je professionele uitingen! Ik voelde er niets bij. Kort daarna kwamen er twee jonge meiden, twee verpleegkundigen in opleiding, die ontzet riepen: “Meneer Oosterhof, wat horen we nu?” Ik begon me daar toch te janken zeg. Het hield niet meer op. Die ene meid hield mijn hand vast. Toen voelde ik wat hulp is. Toen voelde ik wat het betekent als iemand er echt voor je is. Ze deed niets, ze was er alleen maar. Dat was ongelooflijk! Op de een of andere manier was ik zo alle ellende kwijt dat vrienden die daarna op bezoek kwamen zeiden; “wat is er met jou aan de hand, het gaat je eigenlijk heel goed”. Het was een fantastische ervaring, hoe pijnlijk die ook was.

De regie in eigen handen nemen

De operatie zou een ingrijpende zijn. Ik ging ermee akkoord dat dat in Groningen zou gebeuren en zei dat tegen de internist. Waarop hij reageerde met; “Hoe bedoelt u, u gaat akkoord? Ik zei nou dokter, ik heb er nog eens over nagedacht en het lijkt me goed dat we dat gaan doen. Zei hij; “Daar heeft u niets over te vertellen. Al zou u naar Londen moeten, dan gaat u naar Londen”. Ik heb de geneeskunde toen goed leren kennen. Ik weet nog dat ik met mijn toenmalige echtgenote naar de auto liep en dat ze me vroeg; “Zal ik rijden?” en dat ik zei, ik neem zelf het stuur wel in handen. Ik laat me toch door zo’n man de les niet lezen. Ik was zo kwetsbaar en wilde toch de regie in handen houden.

Ik heb veel steun gehad van een mentor in mijn leven, Frans Kessels, een ex-priester. Hij heeft me geleerd om tot rust te komen, het rustpunt in mezelf te vinden. Ik ben hem daar ongelooflijk dankbaar voor. Want in perioden van hectiek en als ik met een groep mensen aan de slag ga dan is die terugtrek-beweging bijna van levensbelang voor mij.

Mijn eigen koers varen

een kleine 20 jaar geleden was ik verbonden aan een bureau waar ik me niet senang voelde. In die tijd liet ik een Reading doen en die reader zei dingen die me enorm raakten. Omdat ik ze zo herkende en me er tegelijkertijd niet van bewust was.: “Wat ik hier zie is dat jij verbanden ziet die anderen niet zien, dat je structuren ziet waar anderen de mist in gaan. Ik zie ook dat je de ander echt de helpende hand kunt bieden daar waar die ander het spoor bijster is”. En op dat moment besloot ik om onder mijn eigen naam door te gaan. Niet meer bij een bureau of maatschap, maar onder mijn eigen naam: Dries Oosterhof Organisatiebegeleiding en Executive Coaching. En het rare is, het begon gewoon te lopen. Het werk kwam als vanzelf naar me toe, daar hoefde ik niets voor te doen.

Toekomst ruimte geven

In die tijd gebeurde er nog iets heel bijzonders. Mijn ouders waren veel afwezig in mijn leven, zeker emotioneel. Ik had daardoor niet veel met ze. Ouders, juist als je er niet veel mee hebt, zijn ze toch heel belangrijk. Misschien door het gemis van contact. Op een gegeven moment drong zich een gevoel aan me op ik dat ik naar mijn vader moest. Dus ik ging. We stonden bij zijn bed en keken hem aan. Hij stak zijn hand uit en zei; “Ik ken u wel niet, maar we gaan er een leuke avond van maken”.  En dat werd het ook. Toen hij weer in bed lag stak hij weer zijn hand naar mij uit en zei: “Ik wil u hartelijk dank zeggen voor wat u in deze korte tijd voor mij hebt betekend”. Ik zat ik de auto, en ik zei tegen mijn vrouw: nu kan ik hem toespreken als hij doodgaat. En dat was na een half jaar het geval, daarom moest ik naar hem toe, zo leek het wel. Korte tijd na ons bezoek is hij in een diepe dementie terecht gekomen. Al zijn bokkigheid en boosheid straalde hij nog af op zijn omgeving. Mij deerde dat niet, want mijn rancune was weg. Wat ik gewaar werd, is dat rancune je persoonlijke groei in de weg kan staan. En als je die opruimt is er weer ruimte voor ontwikkeling en nieuwe perspectieven. Dan hoef je niet in het verleden te blijven hangen. Het is een besef dat ook in mijn werk zijn waarde heeft: ook organisaties kunnen (hoe begrijpelijk soms ook) in hun verleden blijven hangen. En daarmee het perspectief blokkeren op een betere toekomst……..!

Het hele verhaal

Bovenstaander bevat fragmenten uit mijn levensverhaal, dat ik een aantal jaren geleden voordroeg op het Inspiratiepodium in Arnhem. Op dat podium vertellen mensen openlijk over wat er zich aan de achterkant van hun CV heeft afgespeeld. Je bereidt je verhaal voor met narratief coach en regisseur van het Inspiratiepodium Maria Mazarakis. Zij heeft het ontrafelen van persoonlijke levensverhalen tot hoofdthema van haar werk  gemaakt…Ga voor mijn hele verhaal naar haar website mariamazarakis.nl  en download het e-book “Uitgecoacht Eitje” , met – naast het mijne –  diverse boeiende levensverhalen. Verhalen, zoals die op het Inspiratiepodium verteld werden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *